Beeldbank Driemond / Weesperkarspel

Historische Kring Driemond

Click to view full size image

De Melkfabriek van Snoek

In 1934 werd de melkfabriek van Snoek opgericht, met zes kinderen van Hein en Helena Snoek-Vrolijk.
Een eeuw tevoren waren Willem Tad, Snoek en Alida Saal eigenaars geworden van de kapitale boerenhofstede "Leeuwenburg". De boerderij brandde op Kersmis 1985 af, maar werd weer opgebouwd. In de stal achter de boerderij werd omstreeks 1915 onder rabinaal toezicht van Vic van Bergen joodse kaasgemaakt. Uit deze activiteiten is de melkfabriek voortgekomen.
In 1936, werd naast de boerderij de fabriek gebouwd volgens het ontwerp van architect B. van Rinsum uit Wilnis. De meeste melk werd in die tijd gebruikt voor boter- en kaasbereiding. De melk die overbleef van de boterbereiding - de karnemelk- werd aanvankelijk door de boeren zelf naar de melkslijter in de stad gebracht, die de melk langs de deur uitventte. Boer en slijter maakte daarvoor elk jaar in april een prijsafspraak. In het begin van onze eeuw ontstonden Cooperatie's van melkslijters, waarna ook de boeren zich aaneensloten tot de Bond van Melkveehouders om zich samen sterk te maken en voor de melk een zo hoog mogenlijke prijs te maken. Later is daarvoor de Consumptie Melk Centrale (C.M.C) gekomen. Omstreeks 1913, vestigde zich de "Amsta" op de hoek van het Abcoudermeer en de Straatweg, een soort grossierderij die de melk van de boeren kocht en deze weer aan de slijters doorverkocht. De "Amsta", haalde de melk bij de boer op, eerst met paard en wagen, later per auto. De melkbussen langs de dijk werden een vertrouw dbeeld.
Hein Snoek was een van de melkrijders van de "Amsta", en nam toen deze failliet was gegaan een deel van de klanten over. Zijn broer Willem werd in 1934 de baas van de fabriek en een andere broer, Gijs was de bussenspoeler. Dit gebeurde eerst met de hand en later met de bussenmolen. Vele boeren in het Gein leverden hun melk aan Snoek. Op het hoogtepunt werd een 10 miljoen liter melk verwerkt. De melk werd in bussen aangevoerd door W. van de Marel en Gentenaar uit Baambrugge, met paard en wagen. Er was een melkontvangst, er werd gepasteriseerd en gestandariseerd. De producten- melk en pap- werden los, in de bussen en in flessen verkocht. In 1953 kwam er een einde aan de melkfabriek van Snoek. De familie schakelde over op melktransport met tankauto's. Na het sluiten van de fabriek en transport in 1970, vestigde zich in de fabriek Wevers, voor machinaal draaiwerk.

GN088~0.jpg GN089~0.jpg GN090~0.jpg GN091~0.jpg GN999.png
Rate this file (No vote yet)