Buurtboomhut

Juni 2021

“1-2-3………. Wie niet weg is, is gezien. Ik kom!!” Ik geloof dat ik dat sinds mijn kindertijd niet meer heb gehoord. Bent u wat ouder dan  herkent u vast nog wel het beeld: Een kind; arm voor de ogen, al tellend, met het hoofd geleund tegen een lantaarnpaal en andere kinderen die naar alle kanten wegstuiven om zich te verstoppen. Werd iemand gevonden, dan klonk, met een klap op de paal: Gerda gebuut! Het was een speciale vorm van verstoppertje spelen; buut-aan-de-paal of omgekeerd buten genoemd.

Nu het mooie seizoen weer is aangebroken, heeft het “kinderleven” zich duidelijk meer naar de straat verplaatst. Je hoort overal enthousiaste kinderstemmen. Een klein meisje huppelt, bij zichzelf verhalen vertellend, over de stoep en groepjes jongens en meisjes draaien op fietsjes om elkaar heen op het Driemondplein. De hoek waar Bart z’n Fysio heeft en de architect woont, is een geliefd verzamelpunt; daar is namelijk de buurtboomhut, waar gretig in geklommen wordt. Soms rent een groepje kinderen door de straat, bezig met een geheim spel. Een paar meisjes oefenen een dansje, dat vervolgens op Tiktok wordt gezet.

Veel ouderwetse straatspelen  verdwenen. Ik zie niet wat er allemaal gebeurt op het inmiddels prachtige schoolplein van de twee scholen. Maar in mijn lagere schooltijd had je naast het bovengenoemde buten, het plotseling opduiken van seizoenspelen. Opeens was het knikkertijd. Iemand begon ermee en meteen was het schoolplein vol knikkerende kinderen. Ook was het zomaar weer voorbij. Je had landelijke rages zoals het hoelahoepen, waar ook op TV aandacht aan geschonken werd. Touwtjespringen op grote schaal met soms wel vijf kinderen tegelijk onder het zwiepende touw: in- spin, de bocht gaat in ….Vooral meisjes waren er goed in. Er werd gehinkeld, bokje gesprongen, getold en paaltje voetbal gespeeld, waarbij je de paal (meestal een losse klinker) met de bal moest zien om te schoppen.

Buiten schooltijd trokken jongens het (wei)land in om eieren te zoeken en slootje te springen. Van pvc-buizen werden geweren gemaakt, waardoor men al blazend, van papier gedraaide pijltjes, schoot. Je zag meisjes die met omhooggetrokken touw op blikjes liepen, als op stelten. Ook kon je met diezelfde blikjes een soort walkietalkie maken met een strakgespannen draad die er twee verbond. 

Van oudere Driemonders hoorde ik verhalen van hoe zij als kind gingen zwemmen in het Amsterdam-Rijnkanaal. Ze sprongen van de brug en klampten zich aan passerende schepen vast om zo een eind mee te varen. “Levensgevaarlijk!” beamen ze nu, alhoewel de schepen toen kleiner en niet zo snel waren. Wel moesten ze dan een eind teruglopen, op blote voeten. Sommige dingen veranderen niet: er wordt nog steeds elke zomer in de Gaasp gezwommen. De straat was toen een veiliger plek met maar weinig verkeer. Ook waren de ouders minder bezorgd en konden de kinderen meer hun gang gaan, als ze maar met eten thuis waren. 

Toen wij zo’n 20 jaar geleden in Driemond kwamen wonen, waren we verrast te zien dat er kinderen op zelfgemaakte karretjes van de helling bij de brug richting plein scheurden. En we zijn blij als we de jeugd op straat bezig zien, in plaats van thuis achter de tablet te hangen.

 

Tjark Keijzer