GELUKKIG KERSTFEEST

 
december 2025

 

De oude man tilt de klink op van de houten deur en stapt z’n schuurtje in. Binnen is het schemerig donker. Een stoffige baan licht valt door het enige, met spinnenweb bedekte raampje. Tegen de achtermuur, op een werkbank, staat een klomp. De man kijkt er even naar, pakt dan een dun stokje, dat hij al eerder geschaafd heeft en meet met het oog de hoogte van deze toekomstige mast; te lang! Met een nijptang knijpt hij de punt eraf. Tevreden legt hij het mastje terug. Met een roestig handboortje draaien zijn oude handen moeizaam een gat in de harde kap van de klomp en wringt hij het stokje erin.

Vermoeid door het werk, zakt hij in een gammele leunstoel in de hoek van de schuur en sluit even de ogen. Hij denkt aan z’n dochter en kleinzoon. Hun eerste Kerst met z’n tweeën. Z’n schoonzoon is met ruzie het huis uitgelopen en heeft al een maand niets van zich laten horen. Nu zit z’n kind daar maar thuis, apathisch voor zich uit starend en die kleine jongen snapt er niets van; mist z’n vader. Moeder doet werktuigelijk wel het huishouden, maar heeft geen oog voor het jochie. Het doet de oude man zeer het allemaal zo aan te zien.

Hij staat weer op en gaat verder aan de klomp, pakt het afgeknepen stukje van de mast en tikt het met een klein spijkertje vast, boven aan de mast. Zo, dat is de gaffel! De giek had hij ook al voorbereid en maakt deze op dezelfde manier vast aan de mast. Met vliegertouw wordt het touwwerk aan mast en klomp bevestigd. Een paar lappen, gescheurd van een oud laken, vormen tenslotte de zeilen en een plankje met een stokje, draaiend op een spijker aan de achterzijde van de klomp, wordt het roer. Zo! Tevreden kijkt hij naar het scheepje. Het wordt steeds donkerder in het schuurtje en buiten valt de avond.

De oude man loopt met de klomp onder z’n arm door de straten naar het huisje van z’n dochter. Een lichte sneeuw dwarrelt en vlaagt soms tegen zijn gebogen gestalte. In de huizen zijn de lichten al aan en hier en daar ziet hij kerstverlichting. Als hij het huis nadert ziet het er donker en afwerend uit. Binnen brandt alleen een grote lamp boven de tafel. De vrouw zit daar, de handen in de schoot, zwijgend. De kleine jongen tekent op een stuk papier. Hij kijkt op. “Dag, opa” z’n gezicht licht op. “Dag, vader.” mompelt de vrouw. “Kind, doe eens wat gezelliger licht aan, een kaarsje d’r bij. Het is hier zo kil.” Gehoorzaam staat ze op en weldra ziet de kamer er een stuk gezelliger uit. “En jij, jongen, pak de afwasteil en doe er water in en zet die hier op tafel.” De vrouw kijkt haar vader verbaasd aan, maar zegt niets. De jongen haast zich naar de keuken en komt wankelend terug met een volle teil. Hij kijkt z’n opa verwachtingsvol aan. Opa gaat het gangetje in, pakt de klomp en zet die plechtig in de afwasbak. “Voor jou, joh!” “Oh!”de ogen van het kind stralen. In het licht van de lampen en kaarsen dobbert de klomp met zeil en mast op het water. Moeder zet er een brandend waxinelichtje in. Een glimlach speelt rond haar mond en ze pakt de arm van haar vader. “Dank je!’ 

“Morgen gaan we hem laten varen in de Gaasp, bij die steiger aan het begin van het dorp.” Blij kijkt de jongen z’n opa aan. “Gelukkig Kerstfeest!”