DE OUDE SCHOOL

 
april 2026

 

Met een enigszins vermoeide blik in z’n ogen zit de kale man achter de lessenaar. Naast hem staat een jochie, korte broek en kniekousen. Met gebogen hoofd mompelt hij voor zich heen en zwijgt dan. “Juicht heem’len op een hoogen toon” De stem van de man klinkt nadrukkelijk. Hij kijkt de jongen aan, maar deze wordt rood en kan de rest van het gezang niet bedenken. Hij staat op het punt te gaan huilen.

Het is 1966 ; zestig jaar geleden in hetzelfde lokaal waar sinds kort weer het Dorpshuis is gevestigd. Die jongen is onze toen 11-jarige dorpsgenoot, Ko Haring, en die man is de bovenmeester, meester Aalbers. Op de Protestants-Christelijke school was het toen gebruikelijk dat de kinderen in het weekend een psalm of gezang uit het hoofd leerden: het Versje. Dat moesten ze dan op maandagmorgen, staande naast de lessenaar een voor een opdreunen. Je kreeg er ook een rapportcijfer voor. Als je het altijd goed deed, stond er Versje 10.

Ko, die opgroeide in een kleine woning samen met 9 broers en zussen, had nooit de gelegenheid om zijn ‘versje’ te oefenen en bakte er dus niets van. Hij moest dan ook vaak nablijven en strafregels schrijven.

Bij de opening van het nieuwe Dorpshuis vertelde Ko mij het volgende: Als hij dan alleen in die klas zat, zwoegend op de strafregels en de meester was even weg, kroop hij snel door een luik in de muur dat uitkwam op de gang en vluchtte hij naar buiten.  Waarschijnlijk had de meester wel begrip voor de thuissituatie van zijn leerling, want er volgde nooit straf. Ko mocht soms zelfs een spelletje met de meester schaken.

Ik ging op zoek naar nog meer verhalen over dit lokaal van klas 6 en kwam bij Klarie Smit. Zij vertelt dat er in hetzelfde lokaal regelmatig films werden vertoond. Het leuke was, dat de kinderen dan op de lage kasten langs de wanden mochten zitten. Die films herinner ik me nog uit mijn eigen lagere school jaren. Het waren opvoedkundige vertoningen die altijd, na veel gekraak en flitsen op het doek, begonnen met de in elkaar gevlochten letters: N-O-F (Ned. Onderwijs Film). Daarna; de Walvisvaart, De Deltawerken, de tuinbouw enz. Ook vertelde Klarie dat het lokaal voor handwerken werd gebruikt; voor de meisjes dus. Zij kon het slecht vinden met de juf. Ze werd zelfs een keer opgesloten in een donker hok, elders in de school, maar wist door het raam te ontsnappen.

 Alie Jonker-Verbrugge herinnert zich dat op een warme schooldag de meester een rekenles op het schoolplein had bedacht . De leerlingen moesten door het tellen van de tegels, berekenen wat de oppervlak van het plein was. Zelf ging hij gebogen, tellend voorop, maar had niet gezien dat ,vanwege de hitte, de ramen van het lokaal openstonden, met als gevolg een uitroep van pijn (zal geen vloek geweest zijn op deze school) en een heel zeer hoofd.

Over twee jaar bestaat dit lokaal 100 jaar. Veel lief en leed, kinderverdriet en -vreugd moeten zich hier hebben afgespeeld. Ik wens dat dit lokaal de komende tijd vooral veel ontspanning zal brengen!