’n Persoonlijk stukje
mei 2026
“Op één hoog woonde Tante Truus, een oud, brekelijk vrouwtje dat op een gegeven moment haar pols gebroken had. Iedere dag ging ik langs om te vragen of ze nog wat nodig had: soms moest ik een pak koffie meenemen, soms een blikje doperwten. Later bleek dat ook de andere vier buren elke dag kwamen. Om niemand teleur te stellen deed ze aan spreiding en liet ze ieder één ding halen. We hebben het zes weken volgehouden: toen bleken haar kasten te klein.”
Dertig jaar geleden schreef Leny dit in haar column in de Amsterdamse wijkkrant ‘De Eilander.’ Deze ging over haar belevenissen met buren in de diverse huizen waarin ze gewoond had. Ook toen al had ze een scherp oog voor het soms absurde, vaak vrolijke en warme in de relatie met haar medemens. Een blik die ze 250 columns lang in onze Driemondse Dorpskrant heeft behouden. Zij het, dat de jaren haar wel milder hebben gemaakt.
We woonden nog niet zo lang in Driemond (we zijn al meer dan 50 jaar een stelt) toen het ‘schrijversbloed’ weer bij haar begon te kriebelen en ze bood aan een maandelijks stukje te schrijven voor de Dorpskrant Driemond. De Dorpsraad zag dat wel zitten en ze kreeg een plekje in de krant. Ook nu ging ze schrijven onder het pseudoniem: Leentjebuur.

Pas toen we naar Driemond gingen verhuizen, had een van de buren in Amsterdam-Oost door wie achter Leentjebuur schuilging. Nou, niet in ons dorp natuurlijk. De Dorpskrant lag nog maar net op de mat of slager Mourits zei al tegen me: ¨Leuk stukje heeft je vrouw geschreven. ¨
Nu was ze gewend om in De Eilander soms fel van leer te trekken tegen misstanden. Die houding ging ook mee naar ons dorp met als gevolg dat er al snel een aanvaring kwam met de Dorpsraad. Op z’n dorps werd dat natuurlijk in der minne geschikt, maar wel kwam voortaan onder de column te staan: ’Deze column geeft niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Dorpsraad weer´.
Zo verstreken de jaren en de jaargangen. Na honderd stukjes kwam Annemarie Tiebosch, toen de opbouwwerkster, met taart en bloemen. De mijlpaal van tweehonderd columns ging helaas ongemerkt voorbij. En nu zijn het er tweehonderdvijftig en vindt Leny het genoeg. Ik zal ze missen en ik weet zeker met mij velen in, maar ook buiten ons dorp. Nu bof ik dat ze met mij getrouwd is en ik nog dagelijks haar humor, scherpzinnigheid, vrolijkheid en sociale bewogenheid om me heen heb. En ook haar strenge juffenvingertje.
Toen de Historische Kring begon en ik ook stukjes mocht gaan schrijven, prijkten die maandelijks op twee pagina’s naast elkaar. Ik blijf voorlopig nog schrijven: stukjes over het verre verleden maar soms ook over iets wat niet zo lang geleden gebeurd is.
Leny, bedankt voor al die mooie, ontroerende, invoelende, vrolijke en humoristische columns!

